Iedere in artikel 4a:3:0:1 bedoelde ambtenaar, die:
op niet meer dan 15 kilometer van zijn werkplek woont en
op ten minste de helft van het voor hem geldend aantal werkdagen per jaar gebruik maakt van de fiets voor het woon-werkverkeer, kan deelnemen aan het fietsproject.
Onder woon-werkverkeer in de vorige volzin wordt tevens verstaan de afstand tussen woning van de ambtenaar en de dichtstbijzijnde stopplaats van een middel van openbaar vervoer waarvan de ambtenaar mede gebruik maakt voor het afleggen van de afstand tussen woning en werkplek.