Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15:1e:0:1

Nevenwerkzaamheden

Onderdeel van CAR/UWO

Ter uitvoering van het gestelde in artikel 15:1e gelden de volgende regels: Melding van nevenwerkzaamheden, betaald danwel onbetaald, als bedoeld in het eerste lid van artikel 15:1e, dient ten minste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum te geschieden: door ambtenaren, bij hun afdelingshoofden; door afdelingshoofden bij de directie; door de gemeentesecretaris bij het college van burgemeester en wethouders, onder vermelding van de aard van de werkzaamheden en de dagen en tijden waarop zij zullen worden verricht danwel werkzaamheid zullen vragen. Gemelde nevenwerkzaamheden dienen tijdig voor de gewenste ingangsdatum te worden getoetst op de vraag of zij aan een goede vervulling van de functie van de ambtenaar of een goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling van de ambtenaar, in de weg staan. De toets vindt plaats op basis van de volgende criteria: onoorbare belangenverstrengeling; botsing van belangen; schade aan het aanzien van het ambt; onvoldoende beschikbaarheid voor de functie. Daarbij dienen de volgende zaken als ijkpunten te worden aangehouden: het karakter van de nevenwerkzaamheden; de functie van de ambtenaar in de organisatie; het gebied waar de nevenwerkzaamheden worden verricht; de vraag of er een verwevenheid met de hoofdfunctie is; de vraag of de integriteit van de ambtenaar in het geding kan komen; de vraag of het risico bestaat dat ambtelijke informatie bij de uitoefening van de nevenwerkzaamheden kan worden misbruikt; de reputatie van het bedrijf of de branche waarin de nevenwerkzaamheden worden verricht; de vraag of zich in belangrijke mate publieke effecten kunnen voordoen waardoor op zichzelf aanvaardbare nevenwerkzaamheden toch extern negatief worden beoordeeld; de zwaarte van de nevenwerkzaamheden. De onder 2 bedoelde toets vindt plaats: in gevallen bedoeld in punt 1, onder a, door de directeuren, waarbij deze zich mede baseert op een advies van de direct-leidinggevende van de ambtenaar; in gevallen bedoeld in punt 1, onder b, door de gemeentesecretaris, waarbij deze zich mede baseert op een advies van een personeelsadviseur; in gevallen bedoeld in punt 1, onder c, door de burgemeester, waarbij deze zich mede baseert op een advies van een personeelsadviseur a. Leidt de toets tot de conclusie dat de nevenwerkzaamheden aan een goede vervulling van de functie van de ambtenaar of een goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling van de ambtenaar in de weg staat, wordt een verbod tot het verrichten van die nevenwerkzaamheden opgelegd door burgemeester en wethouders.b. Leidt de toets tot de conclusie dat de nevenwerkzaamheden zich op een aantal punten niet goed verdragen met de ambtelijke functie, dan worden afspraken gemaakt over de wijze van vervulling van de nevenfunctie, zodanig dat onoorbare belangenverstrengeling, botsing van belangen, schade aan het aanzien van het ambt en onvoldoende beschikbaarheid voor de ambtelijke functie uitgesloten geacht mogen worden. Onder de onder 4b bedoelde nevenwerkzaamheden vallen mede: het parttime docentschap aan een bestuursacademie; het betrokken zijn bij niet door de bestuursacademies gegeven opleidingen die gericht zijn op functies in de openbare dienst; parttime/oproepfuncties bij rechtbanken etc. en het lidmaatschap van gemeentelijke bezwaren- en adviescommissies, waarvoor de werkzaamheden (deels) in werktijd dienen te worden verricht. Ten aanzien van deze werkzaamheden worden de volgende (aanvullende) regels in acht genomen: de ambtenaar vraagt ten minste drie maanden tevoren toestemming voor het verrichten van de nevenwerkzaamheden in diensttijd. Deze toestemming wordt telkens voor één (cursus)jaar gevraagd; het verzoek wordt getoetst aan het belang van de voortgang van de normale werkzaamheden, zomede aan het belang van de continuïteit in de opleidingen voor de bestuursdienst dan wel van de gemeente of de openbare dienst in het algemeen; wanneer toestemming wordt verleend voor het gevraagde (cursus)jaar, worden strikte afspraken gemaakt over: het tijdsbeslag dat de nevenwerkzaamheden mogen vergen, waarbij duidelijk wordt vastgelegd of lessen dan wel zittingen worden voorbereid in werktijd of eigen tijd en compensatie van de tijd, in werktijd besteed aan de nevenwerkzaamheden, waarbij duidelijk wordt vastgelegd of: de bestede tijd door de ambtenaar wordt gecompenseerd in zijn eigen tijd, of door storting in de gemeentekas van het aan de nevenwerkzaamheden verbonden honorarium - en zo dit per uur meer bedraagt dan het netto uurloon van de ambtenaar per uur dat deel van het honorarium dat gelijk is aan dat netto uurloon - over de betreffende uren, of dat compensatie in principe in eigen tijd plaatsvindt en dat, zo dit op enig moment niet mogelijk blijkt te zijn, storting van (een deel van) het aan de nevenwerkzaamheden verbonden honorarium in de gemeentekas zal plaatsvinden. Hierbij geldt als regel, dat alleen dan van compensatie van het tijdsbeslag in eigen tijd sprake kan zijn, wanneer dit tijdsbeslag minder bedraagt dan 10% van de formele werktijd van de ambtenaar; de middelen die beschikbaar komen door storting van (een deel van) het honorarium kunnen worden aangewend voor de opvang van het capaciteitsverlies dat optreedt als gevolg van het vervullen van de nevenfunctie. Registratie van de nevenwerkzaamheden als bedoeld in het tweede lid van artikel 15:1e vindt plaats: ten aanzien van de onder 1a bedoelde ambtenaren bij hun afdelingshoofden. bij de afdeling die de personeelsdossiers beheerd; De registratie dient zodanig te geschieden: dat zij slechts toegankelijk is voor de onder 1 a, b en c bedoelde functionarissen, voor degenen die voor dezen de registratie voeren en voor de betrokken ambtenaren zelf en dat zij geen andere gegevens bevat dan in het kader van deze registratie noodzakelijk zijn, te weten: naam en voorletters; naam afdeling/bedrijf waar de ambtenaar werkt; functie van de ambtenaar; aard van de nevenwerkzaamheden, en zij mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij wordt gevoerd, noch mogen gegevens eruit worden verstrekt aan anderen dan zij daarover op grond wettelijke bepalingen of bevoegdheden mogen beschikken. Ten einde actualiteit van de registratie te verzekeren rust op de ambtenaren die nevenwerkzaamheden hebben aangemeld de verplichting eveneens melding te doen van het beëindigen van die nevenwerkzaamheden. Wanneer een ambtenaar nevenwerkzaamheden verricht: die hij verplicht is geweest te melden, maar die hij niet heeft gemeld, of ter zake waarvan hem een verbod is opgelegd, danwel ter zake waarvan afspraken zijn gemaakt als bedoeld onder punt 4b of punt 5 en hij houdt zich niet aan die afspraken,` dan is sprake van plichtsverzuim als bedoeld in artikel 16:1:1. Nevenwerkzaamheden die een ambtenaar al verricht op de datum waarop deze uitvoeringsregeling in werking treedt, worden geacht te zijn aangemeld en getoetst en dienen in de registratie te worden opgenomen. Van nevenfuncties van de gemeentesecretaris, leden van de directie, afdelingshoofden en concerncontroller worden alleen de noodzakelijke gegevens openbaar gemaakt, dit zijn: De hoofdfunctie (dus niet de persoonsnaam van de ambtenaar); de nevenfunctie die de functionaris verricht, voorzover het een nevenfunctie betreft die de belangen van de dienst, voorzover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken; de organisatie waarbinnen deze wordt vervuld; de eventuele beperkingen die het college heeft gesteld aan de uitoefening van de nevenfunctie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel