Wanneer de ambtenaar gedurende een of meer gehele of halve werkdagen danwel een deel daarvan niet op zijn normale werkplek aanwezig is geweest in verband met de dienstuitoefening, verlof of geoorloofd verzuim, wordt hij geacht op die dag of dagen op de voor die dag voor hem geldende feitelijke arbeidsduur aanwezig te zijn geweest. Deze feitelijke arbeidsduur wordt bepaald door de voor de ambtenaar voor die week vastgestelde feitelijke arbeidsduur te delen door het voor die week vastgestelde aantal werkdagen. Op werkdagen waarop sprake is van een in de eerste volzin bedoelde verzuimsituatie is geen sprake van te veel of te weinig gewerkte uren.
Het bepaalde in het vorig lid geldt eveneens ten aanzien van verzuim wegens bezoek aan een medisch of paramedisch zorgverlener. Dit op voorwaarde dat het niet mogelijk is gebleken hiervoor een afspraak te maken op een zodanig tijdstip dat verzuim uitgesloten is.