Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt:
voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid, onder a van de CAR/UWO, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten.
voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid, onder b van de CAR/UWO, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eerst hogere bedrag in die schaal. Hiermee wordt gerealiseerd dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar ten minste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naast hogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naast lagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.
In die specifieke gevallen waarbij bij een bevordering in schaal het recht op een toelage komt te vervallen en dit ertoe leidt dat het verschil tussen het nieuwe en het oude salaris van de ambtenaar niet overeenkomt met artikel 3:1:1:9, lid 1 onder b, dan behoudt de ambtenaar het recht op het deel van de toelage waardoor het verschil tussen het oude en nieuwe salaris wel overeenkomt met de regels, zoals gesteld in artikel 3:1:1:9, lid 1 onder b.
Voorzover nodig zal – in afwijking van het eerste lid onder a - de vooruitgang in salaris ten gevolge van de indeling in de schaal met een hoger maximumsalaris nooit minder bedragen dan bij verhoging ingevolge artikel 3:1:1:6 in de schaal waarin de ambtenaar wordt ingedeeld.
Bij een bevordering blijft de periodiekdatum ongewijzigd.
Indien de bevordering tegelijkertijd plaatsvindt met een periodieke verhoging in de oorspronkelijke schaal, wordt eerst de periodieke verhoging toegepast en vindt daarna de bevordering plaats.