Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:1:1:10

Motiverend belonen

Onderdeel van CAR/UWO

Indien een ambtenaar een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd, kan aan hem een extra beloning worden toegekend in het kader van motiverend belonen. Aan een afdeling kan eenmaal per jaar of eenmaal per twee jaar een gezamenlijke beloning voor getoonde inzet en ter versterking van de motivatie worden verstrekt in de vorm van een uitstapje. De in het eerste lid bedoelde beloning is gebonden aan bepaalde maximum netto bedragen, zoals opgenomen in hoofdstuk 50:0:0:9 (ARA). De in het tweede lid bedoelde beloning is gebonden aan een maximumbedrag per persoon, zoals opgenomen in hoofdstuk 50:0:0:9 (ARA). De in het eerste lid bedoelde beloning kan terstond worden toegekend op grond van beoordeling van een prestatie of extra inzet in een periode van korter dan zes maanden. Toekenning van beloningen anders dan die voor motiverend belonen gelden, zoals extra periodieke verhoging(en) en gratificaties, vinden onveranderd plaats in samenhang met het bestaande beoordelingssysteem en de jaarlijks vastgestelde procedure. De invulling van de vormgeving van motiverend belonen binnen het door burgemeester en wethouders vastgestelde kader is gemandateerd aan de afdelingshoofden en directeuren. De medezeggenschapsorganen bij de afdelingen/bedrijven toetsen de uitvoering van de regeling op hoofdlijnen. Indien gekozen wordt voor het toekennen van extra verlof, gebeurt dit budget neutraal. Bij toekenning van een beloning (geldbedrag of cadeaubon) moet altijd overleg plaats vinden met de afdeling personeelszaken van het Facilitair Bedrijf in verband met de verschuldigde loonbelasting.

Rechtspraak bij dit artikel