Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7:2:1:8

Evaluatie

Onderdeel van CAR/UWO

De leidinggevende evalueert regelmatig, in ieder geval, met de medewerker hoe het gaat, of de afspraken in het plan worden nagekomen en of het plan nog past bij de situatie van de werknemer. Voor een goede begeleiding is tussentijdse evaluatie door de verzuimconsulent/bedrijfsarts van de arbo-dienst, de leidinggevende en de medewerker noodzakelijk. De medewerker zal dan ook zo vaak als nodig is voor een goede begeleiding, maar in ieder geval eens per zes weken, de voortgang met de verzuimconsulent/bedrijfsarts van de arbo-dienst bespreken. Tijdens deze evaluatiemomenten wordt telkens vastgesteld in hoeverre de gemaakte afspraken, zoals vastgelegd in het plan van aanpak, zijn nagekomen. Tevens zal besproken worden of het verwachte herstel daadwerkelijk is gerealiseerd. Indien daartoe aanleiding is, zal het oorspronkelijke plan van aanpak worden bijgesteld. De Arbo-dienst/bedrijfsarts/re-integratiedienst verstuurt na ieder contactmoment de werkgever en de medewerker schriftelijk bericht over de voortgang. In het voortgangverslag wordt vermeld welke activiteit is uitgevoerd en wat dit voor gevolgen heeft voor de werkhervatting. Tevens wordt aangegeven welke werkzaamheden de medewerker, in plaats van reguliere taken, eventueel zou kunnen uitvoeren. Voor afloop van het eerste ziektejaar evalueren de medewerker en leidinggevende de stappen die in het eerste jaar zijn gezet om de re-integratie te bevorderen. Er wordt vastgesteld of het verstandig is om het plan van aanpak bij te stellen. De evaluatie wordt onderdeel van het re-integratieverslag.

Rechtspraak bij dit artikel