Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6:4:1:1

Buitengewoon verlof

Onderdeel van CAR/UWO

Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt aan de ambtenaar door burgemeester en wethouders verlof met behoud van het genot van de bezoldiging verleend: voor de uitoefening van kiesrecht, voor zoveel dit niet in vrije tijd kan geschieden of verzetting van dienst niet mogelijk is; voor het voldoen aan een wettelijke verplichting, tenzij deze is ontstaan door schuld of nalatigheid van de ambtenaar en voor zoveel zulks niet in vrije tijd kan geschieden of verzetting van dienst niet mogelijk is: voor het deelnemen aan examens welke voor de betrekking die de ambtenaar vervult van belang moeten worden geacht; voor gehuwden of voor hen die een eigen huishouding hebben bij verhuizing zoveel verlof als nodig is om eenmaal per jaar de vrije beschikking te hebben over een aaneengesloten periode van twee dagen: gedurende één werkdag, indien deze samenvalt met de dag van zijn ondertrouw en bij zijn huwelijk zoveel verlof dat de ambtenaar over een aaneengesloten periode van vier dagen de vrije beschikking heeft: gedurende één werkdag, indien deze samenvalt met de dag van het huwelijk van bloed en aanverwanten van de eerste en de tweede graad, wanneer dit huwelijk wordt gesloten in de woonplaats van de ambtenaar; indien dit huwelijk wordt gesloten buiten de woonplaats van de ambtenaar, zoveel verlof als nodig is om over een aaneengesloten periode van ten hoogste twee dagen de vrije beschikking te hebben; bij ernstige ziekte van echtgeno(o)t(e), ouders, pleegouders, stiefouders, schoonouders, kinderen, pleegkinderen, stief   en aanbehuwde kinderen; bij overlijden van echtgeno(o)t(e), ouders, pleegouders, stiefouders, schoonouders, kinderen, pleegkinderen, stief en aanbehuwde kinderen: vier werkdagen; van bloed en aanverwanten in de tweede graad: twee werkdagen tenzij de ambtenaar is belast met de regeling der begrafenis of (en) nalatenschap, in welk geval verlof voor ten hoogste vier werkdagen wordt verleend. Bij overlijden van overige bloed en aanverwanten tot de vierde graad ingesloten en van de echtgeno(o)t(e) van schoonzuster of zwager voor ten hoogste één werkdag, tenzij de ambtenaar is belast met de regeling van de begrafenis of (en) nalatenschap, in welk geval verlof voor ten hoogste vier werkdagen wordt verleend; bij bevalling van de echtgenote zoveel verlof als nodig is om over een aaneengesloten periode van twee dagen de vrije beschikking te hebben; gedurende een werkdag indien deze samenvalt met de dag waarop de ambtenaar zijn 12½,25, 40 of 50 jarig ambts of huwelijksjubileum viert dan wel waarop zijn ouders, pleegouders, stief of schoonouders hun 12½, 25, 40, 50 of 60 jarig huwelijksjubileum vieren; gedurende een werkdag indien deze samenvalt met de dag van de kerkelijke bevestiging of Eerste Heilige Communie van de ambtenaar, zijn echtgeno(o)t(e), kinderen, pleegkinderen, stief en aanbehuwde kinderen. Behoudens in dringende gevallen moet verlof ten minste 24 uren tevoren worden aangevraagd bij het bestuursorgaan dat bevoegd is dat verlof te verlenen. Indien de ambtenaar die niet vooraf een aanvraag daartoe heeft gedaan ten genoegen van bedoelde autoriteit aantoont dat hij daartoe geen gelegenheid heeft gehad en dat er voor zijn afwezigheid gegronde redenen bestonden, wordt deze geacht verlof met behoud van bezoldiging te hebben genoten.

Rechtspraak bij dit artikel