Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:3a:0:13

Wegvallen of verminderen van de vergoeding

Onderdeel van CAR/UWO

De ambtenaar die als gevolg van reorganisatie of op medische gronden geen piketdiensten meer verricht of dit met een lagere frequentie gaat doen, heeft aanspraak op een aflopende vergoeding. Dit op voorwaarde, dat hij gedurende ten minste twee aaneengesloten jaren volgens rooster piketdiensten heeft verricht. De aflopende vergoeding volgens het vorig lid wordt door de directeur toegekend voor een periode die gelijk is aan een tiende deel van de tijd gedurende welke de ambtenaar in het piketrooster opgenomen is geweest. Deze periode wordt uitgedrukt in volle maanden, waarbij een berekend deel van een maand wordt afgerond naar boven op een volle maand. Voor de berekening wordt een jaar gesteld op 360 dagen en een maand op dertig dagen. De aflopende vergoeding bedraagt: gedurende de eerste twee maanden 75%; gedurende de volgende twee maanden 50% en vervolgens 25% van het bedrag van de laatst genoten vergoeding wanneer geen piketdiensten meer worden verricht dan wel van het bedrag waarmee de vergoeding wordt verminderd bij een lagere frequentie van dienst doen. Is de ambtenaar op de datum waarop sprake is van beëindiging of vermindering van de piketdienst 60 jaar of ouder of hij bereikt die leeftijd tijdens de periode waarover hij aanspraak zou hebben gemaakt op een aflopende vergoeding, dan behoudt hij de aanspraak op de vergoeding die hij laatstelijk voorafgaande aan die beëindiging of vermindering genoot.

Rechtspraak bij dit artikel