Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:5:1:1

Nadere uitwerking ambtsjubileumgratificatie

Onderdeel van CAR/UWO

Aan de ambtenaar die gedurende 12,5 jaar een betrekking bij de overheid heeft vervuld, wordt een gratificatie toegekend overeenkomende met een kwart van de bezoldiging en van de vakantietoelage waarop de ambtenaar in de maand van zijn jubileum aanspraak heeft. Aan de ambtenaar die gedurende 25 jaar een betrekking bij de overheid heeft vervuld, wordt een gratificatie toegekend overeenkomende met 70% van de bezoldiging en van de vakantietoelage waarop de ambtenaar in de maand van zijn jubileum aanspraak heeft. De ambtenaar die gedurende veertig respectievelijk vijftig jaar een betrekking bij de overheid heeft vervuld, ontvangt een gratificatie gelijk aan een bedrag, overeenkomende met de gehele bezoldiging, vermeerderd met de vakantietoelage over de maand waarin hij deze jubilea gedenkt. De op grond van het vorenstaande berekende bedragen worden naar boven afgerond op een veelvoud van vijf gulden. Aan de ambtenaar, die wordt ontslagen: op grond van artikel 8:3; op grond van artikel 8:5 of op grond van artikel 8:11 indien en voorzover het een volledig ontslag betreft; en die de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt of overschreden, alsmede aan de ambtenaar die wordt ontslagen op grond van artikel 8:10, wordt een gratificatie wegens ambtsjubileum toegekend, mits hij bij voortduren van het dienstverband tot de pensioengerechtigde leeftijd een van de in het vorige lid bedoelde ambtsjubilea zou hebben gevierd. De gratificatie is dezelfde als waar hij bij viering van het jubileum recht op zou hebben gehad. Aan de ambtenaar, die wordt ontslagen: op grond van artikel 8:4, lid1 of op grond van artikel 8:5 en die de leeftijd van 60 jaar nog niet heeft bereikt, en die, indien het ontslag niet had plaatsgevonden, het voor een gratificatie vereiste aantal dienstjaren binnen vijf jaar na de ontslagdatum had kunnen vervullen; alsmede aan de ambtenaar die wordt ontslagen op grond van: artikel 8:3 of artikel 8:5 en die de leeftijd van 60 jaar reeds heeft bereikt of overschreden en die, bij voorduren van het dienstverband tot de pensioengerechtigde leeftijd geen van de in lid 1 bedoelde ambtsjubilea zou hebben gevierd, wordt een proportionele gratificatie toegekend. Deze proportionele gratificatie wordt berekend door het bedrag waarop recht zou hebben bestaan indien het vereiste aantal dienstjaren zou zijn vervuld te vermenigvuldigen met een breuk. Daarvan wordt de teller gevormd door het feitelijk geheel of gedeeltelijk vervulde aantal dienstjaren, waarbij naar boven wordt afgerond op hele maanden: de noemer is het aantal dienstjaren dat vervuld had moeten zijn om voor de gratificatie in aanmerking te komen. Wanneer een ambtenaar na ontslag op grond van artikel 8:5 te eniger tijd opnieuw in dienst treedt, zal een in verband met het ontslag uitbetaalde proportionele gratificatie worden verrekend met de eerste ambtsjubileumgratificatie, waarop in de nieuwe betrekking aanspraak ontstaat. Bij gedeeltelijk ontslag wordt de ambtsjubileumgratificatie berekend naar rato van het aantal uren waarvoor ontslag wordt verleend

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel