Voor een dienstreis worden vergoed de kosten van het openbaar vervoer die blijkens overgelegde bewijsstukken zijn gemaakt.
Wanneer de ambtenaar voor de dienstreis gebruik maakt van vervoer per trein, staat het hem vrij te reizen in de eerste klasse.
Wanneer de ambtenaar voor een dienstreis geen gebruik kan maken van middelen van openbaar vervoer, dit ter beoordeling van zijn direct-leidinggevende, dan kan hem toestemming worden verleend voor het gebruik van:
een privévervoermiddel,
een (trein)taxi.
De vergoeding van de reiskosten als bedoeld in het derde lid, wordt in het geval, bedoeld onder:
De vergoeding van de reiskosten als bedoeld in het derde lid wordt vastgesteld op de vaste vergoeding die volgens de Belastingwetgeving per kilometer belasting- en premievrij mag worden uitgekeerd. Het vergoedingsbedrag is opgenomen in artikel 50:0:0:8.
De vergoeding van de kosten van de (trein) taxi, zoals genoemd in het derde lid, bedraagt in dat geval het bedrag dat voor de betreffende rit in rekening is gebracht.
Parkeerkostenvergoeding Ter beoordeling van de leidinggevende kunnen parkeerkosten samenhangend met de dienstreis worden vergoed. Als voorwaarden geldt het indienen van een betaalbewijs.