De functiehouders worden gerangschikt op leeftijd. Afhankelijk van het aantal boventalligen worden groepen gevormd naar leeftijd.
De groepsomvang is even groot tenzij het aantal functiehouders oneven is, dan wordt de jongste groep het grootst. Per groep wordt vervolgens degene met de minste ABP-jaren aangewezen als boventalig.
Er kan met maximaal vijf groepen worden gewerkt.
Wanneer meer dan vijf functiehouders boventallig moeten worden dan wordt gewerkt met meerdere keuzes per leeftijdsgroep ingeval het aantal functiehouders deelbaar is door het aantal aan te wijzen boventalligen.
Uitgangspunt is een zo groot mogelijk aantal groepen om de spreiding zo evenwichtig mogelijk te laten zijn.Dus wanneer b.v. er van een groep van 16 medewerkers er acht moeten worden geselecteerd als boventallig dan worden er gewerkt met vier groepen waarbij uit elke groep er twee worden aangewezen en dus niet met twee groepen waarbij er vier per groep worden aangewezen.
Wanneer de deling van de groepsomvang door het aantal boventalligen oneven is en er meer dan vijf boventalligen moeten worden geselecteerd (b.v. zeven), wordt de selectie in twee rondes gedaan. Eerst wordt gewerkt met een indeling in vijf groepen waarbij er één per groep wordt aangewezen en vervolgens wordt de overgebleven groep in tweeën gedeeld en wordt uit elk van die groepen er één aangewezen.
Het bijgevoegde voorbeeld is een uitwerking van de afspiegelingsmethode en hoort bij deze regeling.
Hoofdstuk
Artikel 31b:0:0:2
Afspiegelingsmethode
Onderdeel van 31b Regeling plaatsingsvolgorde bij voortgezette functies