Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 43:0:0:8

Overige rechten en plichten

Onderdeel van 43 Rechtspositieregeling voor de buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand

De volgende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de buitengewoon ambtenaar: de buitengewoon ambtenaar dient zich als goed ambtenaar te gedragen op grond van artikel 15:1 van de CAR; het is de buitengewoon ambtenaar verboden, behoudens toestemming in bijzondere gevallen, persoonlijk gebruik te maken van goederen en diensten op grond van artikel 15:1b van de CAR; het is de buitengewoon ambtenaar verboden geschenken en gelden aan te nemen anders dan met toestemming van het college op grond van artikel 15:1c van de CAR; de buitengewoon ambtenaar is verplicht aan de maatregelen van orde van de gemeente te voldoen en de gemeente zo spoedig mogelijk in te lichten als hij verhinderd is zijn betrekking te vervullen op grond van artikel 15:1d van de CAR; de buitengewoon ambtenaar moet aan de voorwaarden voldoen zoals opgenomen in artikel 15:1e van de CAR (nevenwerkzaamheden); de buitengewoon ambtenaar kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de gemeente geleden schade, voorzover deze aan zijn schuld of nalatigheid te wijten is op grond van artikel 15:1:12 van de UWO; periodieke beoordeling van de buitengewoon ambtenaar op grond van artikel 15:1:15 UWO; de buitengewoon ambtenaar is verplicht tijdens de vervulling van zijn betrekking de voorgeschreven dienstkleding te dragen op grond van artikel 15:1:16 van de UWO; aan de buitengewoon ambtenaar kan een ontzegging van de toegang worden gegeven op grond van artikel 15:1:19 van de UWO en artikel 15:1:20 van de UWO; de buitengewoon ambtenaar kan aanspraak maken op vergoeding van geleden schade op grond van artikel 15:1:23 van de UWO.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel