Bij ziekte van de buitengewoon ambtenaar zijn de volgende bepalingen van overeenkomstige toepassing:
de buitengewoon ambtenaar heeft recht op bezoldiging bij ziekte op grond van artikel 7:3 van de CAR;
op de buitengewoon ambtenaar rust de verplichting tot verlening van medewerking aan reïntegratie op grond van artikel 7:11 van de CAR;
de wijze van opdragen passende arbeid op grond van artikel 7:16 van de CAR;
samenloop van bezoldiging bij ziekte met een ziektewetuitkering op grond van artikel 7:19 van de CAR;
samenloop van bezoldiging met een werkloosheidsuitkering op grond van artikel 7:20 van de CAR;
samenloop van bezoldiging met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 7:21 van de CAR.
De bezoldiging als bedoeld in lid 1 bestaat uit de vergoeding, die de buitengewoon ambtenaar in de laatste 12 kalendermaanden voorafgaand aan zijn arbeidsongeschiktheid gemiddeld heeft ontvangen. Voorzover de buitengewoon ambtenaar op even bedoelde datum minder dan twaalf kalendermaanden zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij voor het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.
Als eerste ziektedag geldt de dag waarop de buitengewoon ambtenaar is aangewezen tot voltrekking van een huwelijk of geregistreerd partnerschap en waarvoor de buitengewoon ambtenaar is verhinderd.