Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Uitzonderingen

Onderdeel van Referendumverordening 2006

Een referendum kan niet worden gehouden over besluiten: over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen, besluiten over rechtspositionele regelingen aangaande de griffier en/of de griffiemedewerkers; over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; in bezwaar of beroep; in het kader van deze verordening; waarvan de raad van mening is dat er andere - dan bovengenoemde - dringende redenen of spoedeisende gemeentelijke belangen zijn (bijvoorbeeld verplichtingen aan derden) om geen referendum te houden; waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving; inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan; als bedoeld in artikel 1, eerste en derde lid, 51, eerste en derde lid, 61, eerste en derde lid, 73, eerste en derde lid en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (i.c. treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling); als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van de wet Algemene regels herindeling (i.c. grenscorrectie); ter uitvoering van een besluit van het rijk of de provincie waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft; over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; die geen groot project betreffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel