1. Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college een maatregel op
van veertig procent van de uitkeringsnorm, indien belanghebbende zich
zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder
omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de
IOAW/IOAZ.
2. Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan,
indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan
met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale
geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de
datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing
in verband met ernstige misdragingen is gegeven.
3. In afwijking van artikel 4, derde lid bedraagt de maatregel 100% van
de uitkeringsnorm, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een
besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is
opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken
gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een
maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6,
tweede lid.
Hoofdstuk 5
Artikel 17
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2011