1. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college een
verplichting als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ of een op grond van
hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichting – anders
dan de verplichting bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAZ
- schendt, wordt in overeenstemming met deze verordening een maatregel
opgelegd.
Er wordt tevens een maatregel opgelegd indien belanghebbende onder
omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de
IOAW/IOAZ zich tegenover het college zeer ernstig misdraagt.
2. Het eerste lid is tevens van toepassing op de belanghebbende die een
uitkering ontvangt op grond van de IOAW, wanneer hij de op basis van
artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op hem rustende verplichtingen
schendt.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Het toepassen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2011