Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Aanwijzing graf; controle bescheiden

Onderdeel van Verordening gemeentelijke begraafplaatsen Buren 2008

1. De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, in overleg met de aanvrager, door de beheerder. 2. Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat: de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 12 en 14 opgenomen vereisten is voldaan, en alleen bij begraving van een lijk, de beheerder de identiteit van het lijk heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedata van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat. 3. Het is verboden om een lijk te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist. 4. Het is verboden om een lijk te begraven met gebruikmaking van een lijkhoes die niet voldoet aan de voorwaarden van het Lijkomhulselbesluit 1998. 5. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of het lijk behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. 6. Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel dient ten minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke verklaring te worden overgelegd - volgens een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen model - omtrent de aanwezigheid van de in voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een lijkhoes gebruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens moeten overleggen: een afschrift van een rapport waaruit blijkt dat de gebruikte hoes voldoet aan de normen van het Lijkomhulselbesluit 1998 en een bewijs dat de betreffende hoes is aangekocht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel