Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening (re)integratie arbeidsgehandicapten

Met het vaststellen van een subsidieplafond worden de aanspraken op subsidies beperkt tot een bepaald bedrag. Hierdoor wordt een openeinde regeling voorkomen. Overschrijding van het budget is op zichzelf geen harde weigeringsgrond. Het enkele feit dat een begrotingspost is uitgeput, is een onvoldoende reden voor een bestuursorgaan om een subsidie te weigeren. Met het vaststellen van een subsidieplafond wordt dit probleem opgelost. Op basis van artikel 3, eerste lid stellen Burgemeester en wethouders het subsidie plafond jaarlijks vast. Op grond van artikel 4:25, tweede lid, Awb moeten subsidie aanvragen worden afgewezen als de verstrekking zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond. Het pakket op maat en voorzieningen die worden verstrekt in geld zijn subsidies in de zin van de Awb. Voorzieningen in natura en toeleidingstrajecten (waaronder de REAbeoordeling) zijn geen subsidies in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en zouden dus niet onder het subsidieplafond vallen. Daarom is in het tweede lid voor de overige aanvragen geregeld dat hier een budgetplafond voor kan worden vastgesteld. In het derde lid is opgenomen dat ook de overige aanvragen (nietsubsidies) kunnen worden geweigerd als daarmee het budgetplafond wordt overschreden. Deze twee bepalingen zijn facultatief. De gemeente moet een subsidieplafond vaststellen en kan daarnaast de keuze maken ook een budgetplafond vast te stellen. Als de gemeente ook het tweede en derde lid in de verordening opneemt, betekent dat dat zowel aanvragen voor subsidies, voorzieningen als toeleidingstrajecten (waaronder de REAbeoordeling) kunnen worden geweigerd als het REAscholings en activeringsbudget wordt overschreden. Omdat de gemeente de kosten van de subsidie in de vorm van een plaatsingsbudget volledig bij het Ministerie kan declareren, loopt zij bij deze subsidie geen enkel financieel risico. Om deze reden hoeft voor deze subsidie geen subsidieplafond te worden vastgesteld. Het subsidieplafond (en indien de gemeente daarvoor kiest het budgetplafond) is gelijk aan het bedrag dat op de begroting voor de desbetreffende taak is gereserveerd. Het vaststellen van een plafond is dus een louter administratieve aangelegenheid die door burgemeester en wethouders kan worden verricht. Het subsidieplafond moet vóór het begin van de periode waarvoor het geldt worden bekendgemaakt (artikel 4:27 lid 1 Awb). In deze verordening wordt gekozen voor de periode van een begrotingsjaar. Dit sluit aan bij de periode waarvoor het scholings en activeringsbudget door het rijk wordt verstrekt. Op grond van artikel 4:34, eerste lid Abw kan een subsidie worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is goedgekeurd of vastgesteld onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld (begrotingsvoorbehoud). Bij het vaststellen van het REAsubsidieplafond moet het beschikbare REAbudget worden verminderd met het verplicht besteedbare deel bij Arbeidsvoorziening, dit deel kan immers niet aan subsidies worden uitgegeven. Om deze reden wordt in artikel 3, eerste lid verwezen naar artikel 14a, eerste lid Buf. Het tweede lid van artikel 14a gaat immers over de verplichte inkoop bij Arbeidsvoorziening. Het is wel mogelijk een deel van het Wiwscholingsen activeringsfonds te gebruiken voor subsidies op grond van de wet REA. Het plafond kan dus hoger worden vastgesteld dan het vrij besteedbare REAbudget. Om deze reden kan aan artikel 3, eerste lid ook een verwijzing naar artikel 14 van het Buf worden opgenomen. Deze aanvulling is facultatief. Het budgetplafond in het tweede en derde lid is van toepassing op het totale scholings en activeringsbudget, daarom wordt verwezen naar artikel 14a en 14 van het Buf. Deze bepalingen zijn facultatief en ook hier is de verwijzing naar artikel 14 van het Buf (totale WIWscholings en activeringsbudget) facultatief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel