De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de basisbrandweerzorg gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de basisbrandweerzorg.
De veiligheidsregio maakt nadere afspraken met de gemeenten, ieder voor zover bevoegd, met betrekking tot het gebruik van de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken.
De colleges, ieder voor zover bevoegd, houden de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken in stand ten behoeve van de uitoefening van de basisbrandweerzorg tot het moment dat nadere afspraken zijn gemaakt met de veiligheidsregio over de eigendomsverhoudingen.
Tot de in het derde lid bedoelde nadere afspraken behoren in ieder geval afspraken over de wijze waarop en de mate waarin de veiligheidsregio treedt in de rechten en plichten van de betreffende gemeenten.
Hoofdstuk XIV
Artikel 39
Gevolgen voor de roerende en onroerende zaken
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010