De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de brandweerzorg gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de brandweerzorg.
De veiligheidsregio maakt nadere afspraken met de gemeenten, ieder voor zover bevoegd, met betrekking tot het gebruik van de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken.
De colleges, ieder voor zover bevoegd, houden de in het eerste lid bedoelde
roerende en onroerende zaken in stand ten behoeve van de uitoefening van de
brandweerzorg tot het moment dat nadere afspraken zijn gemaakt met de
veiligheidsregio over de eigendomsverhoudingen.
Tot de nadere afspraken behoren in ieder geval afspraken over de wijze waarop en
de mate waarin de veiligheidsregio treedt in de rechten en plichten van de betreffende gemeenten.
Hoofdstuk XII
Artikel 26
Gevolgen voor de roerende en onroerende zaken
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010