Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de
regeling.
Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het
dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges.
Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten.
In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging.
Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.
Hoofdstuk XIII
Artikel 30
Wijziging
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010