Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het
college aangewezen ambtenaren.
Indien de gemeente vaststelt dat de verplichtingen van deze
verordening niet zijn nagekomen, kan de gemeente besluiten
handhavend op te treden.
Bij grove nalatigheid of recidive kan het college
strafrechtelijke handhaving in gang te zetten.
Indien de werkzaamheden niet op de overeengekomen data worden
gestart of uitgevoerd vervalt de verleende instemming, tenzij er
tijdig een gegronde reden wordt medegedeeld, dit met in acht
name van de maximale geldigheidsduur van het instemmingsbesluit
en ter beoordeling van het college.
Het college, dan wel de gemachtigde toezichthouder, is bevoegd
de werkzaamheden stil te leggen, indien:
er wordt gewerkt zonder voorafgaande melding, als
bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze verordening, anders dan in het
geval van minder ingrijpende of spoedeisende
werkzaamheden als bedoeld in artikel 4 lid 2;
er wordt gewerkt in strijd met het in het
instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of
voltooiing, de wijze van uitvoering of andere van
toepassing verklaarde voorschriften;
aanwijzingen en geboden die door vertegenwoordigers van
de gemeente worden gegeven niet onverwijld worden
opgevolgd;
uitvoerend personeel van grondroerder zich onbehoorlijk,
kwetsend en/of overlastgevend gedraagt
er onacceptabele verkeershinder en/of gevaarzetting voor
het publiek ontstaat.
Hoofdstuk
Artikel 14
Toezicht en handhaving
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Steenbergen