Naar hoofdinhoud
Voor een melding als bedoeld in artikel 5 eerste lid dient gebruik te worden gemaakt van daartoe door het college vastgestelde formulieren, welke formulieren schriftelijk of digitaal dienen te worden ingediend. Bij de melding verstrekt de grondroerder in elk geval de volgende gegevens: een machtiging indien het een aanvraag betreft voor of namens een opdrachtgever; NAW-gegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen, alsmede van de grondroerder (dan wel diens te machtigen uitvoerder), waarvan de contactpersoon de Nederlandse taal machtig moet zijn; een opgave van aantal, soort en beoogd gebruik van de kabels en/of leidingen; een opgave van belanghebbenden (waaronder omwonenden) en instanties die vooraf in kennis worden gesteld van de datum van aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden; een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: het gewenste tracé met (digitale) tekeningen van de te verbinden locaties in drievoud; de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek betreffende de beschikbare ruimte; situering van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst; een omschrijving van eventuele opbrekingen van de verhardingen; maatregelen voor de bereikbaarheid van de aanwezige kabels en leidingen; maatregelen voor bereikbaarheid van percelen en opstallen in de nabijheid; het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden. Indien de voorgenomen werkzaamheden betrekking hebben op kabels van elektronische communicatienetwerken dienen tevens te worden verstrekt binnen het uitvoeringsplan: een opgave van het aantal kabels dat (niet) direct in gebruik wordt genomen; de doorsnede van de kabel(goot) en lengte en breedte van de kabelsleuf. Bij de melding van voorgenomen minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5, dient te worden verstrekt: naam, adres en ondertekening van de grondroerder, naam en adres van de (onder)aannemer(s), evenals de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon; de dagtekening van de melding; de lengte van de sleuf die is of wordt opengebroken; het oppervlak van het lasgat dat is of wordt opengebroken. Het college kan nadere regels stellen betreffende de te verstrekken gegevens evenals over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt. Uitgangspunt is dat gegevens die digitaal voorhanden zijn of dienen te zijn ook in digitale vorm worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel