1. Indien de jongere de verplichting op grond van artikel 44 van de wet
niet of niet behoorlijk is nagekomen door informatie die van belang is
voor de vaststelling van het recht op werkleeraanbod of een
inkomensvoorziening niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt, dan
wel anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek van
het college met betrekking tot het recht op een werkleeraanbod of een
inkomensvoorziening, wordt het recht op een inkomensvoorziening
opgeschort (artikel 40, eerste lid van de wet). Op grond van artikel 40,
tweede lid van de wet wordt aan de jongere mededeling gedaan van de
opschorting en wordt aangegeven binnen welke termijn het verzuim
hersteld dient te worden. Bij het herstellen van het verzuim binnen de
gestelde hersteltermijn wordt een verlaging toegepast.
2. Indien sprake is van schending van de inlichtingenplicht als bedoeld
in het eerste lid en heeft deze niet geleid tot het ten onrechte
toekennen of uitvoeren van het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of
tot een hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt de
verlaging vastgesteld op 5% van de WIJ-norm.
3. De duur van de verlaging bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld
op een maand.
4. In afwijking van het derde lid kan de duur van de verlaging worden
verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
van een besluit waarbij een verlaging is toegepast opnieuw schuldig
maakt aan dezelfde als verwijtbare gedraging aan te merken gedraging.
Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast wordt gelijkgesteld
het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen,
bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Schending inlichtingenplicht zonder benadeling gemeente
Onderdeel van Afstemmingsverordening WIJ