Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening WIJ 2009

De toeslag bedoeld in artikel 30 lid 1 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag bedoeld in artikel 30 lid 1 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. In afwijking van het voorgaande wordt de toeslag als bedoeld in artikel 30 lid 1 van de wet voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar oud op grond van artikel 34 lid 1 afwijkend vastgesteld: voor een alleenstaande van 21 jaar bedraagt de toeslag 10 procent en voor een alleenstaande van 22 jaar 15 procent in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; voor een alleenstaande van 21 en 22 jaar bedraagt de toeslag 5 procent in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. Voor de toepassing van dit artikel wordt de verzorgingsbehoevende die door de jongere wordt verzorgd niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel