De toeslag bedoeld in artikel 30 lid 1 van de wet bedraagt 20
procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen
ander zijn hoofdverblijf heeft.
De toeslag bedoeld in artikel 30 lid 1 van de wet bedraagt 10
procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer
anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
In afwijking van het voorgaande wordt de toeslag als bedoeld in
artikel 30 lid 1 van de wet voor een alleenstaande van 21 of 22
jaar oud op grond van artikel 34 lid 1 afwijkend
vastgesteld:
voor een alleenstaande van 21 jaar bedraagt de toeslag
10 procent en voor een alleenstaande van 22 jaar 15
procent in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf
heeft;
voor een alleenstaande van 21 en 22 jaar bedraagt de
toeslag 5 procent in wiens woning één of meer anderen
hun hoofdverblijf hebben.
Voor de toepassing van dit artikel wordt de
verzorgingsbehoevende die door de jongere wordt verzorgd niet in
aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn
hoofdverblijf heeft.