In deze verordening wordt verstaan onder:
De wet: de Wet investeren in jongeren.
Het college: het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente Den Helder.
Algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid in
het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen
maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare orde
of goede zeden;
Startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in
artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen
voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als
bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het
voortgezet onderwijs.
Participatievoorzieningen: voorzieningen die het college ter
beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning met het
uiteindelijke doel van duurzame deelname aan het arbeidsproces.
Economisch redzaam: indien een burger zelf in een eigen inkomen kan
voorzien welk inkomen in ieder geval gelijk is aan of meer dan het
sociaal minimum, wordt deze economisch redzaam geacht. Voor jongeren
tot 27 jaar geldt in principe een startkwalificatie (MBO-2, Havo of
VWO) boven werk, tenzij een startkwalificatie niet haalbaar geacht
wordt.
Sociaal redzaam: indien een burger basale vaardigheden voor het
sociale verkeer kent (taalminimum niveau IASL 3, rekenen, digitale
vaardigheden, communicatieve vaardigheden), sociale codes kent en
begrijpt en daadwerkelijk actief is in de samenleving (er wordt
minimaal 5 uren per week besteedt aan een vorm van dagbesteding,
wijkactiviteiten, vrijwilligerswerk of mantelzorg).