**1..** Bij de inzet van de participatievoorzieningen wordt gekozen voor de
voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat
wordt beoogd.
**2..** Het doel van de inzet van de participatievoorzieningen is het bevorderen
van duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van
werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het opdoen van
werkritme, dan wel op andere wijze vergroten van de sociale- en/of
economische redzaamheid.
**3..** Het college kan de inzet van een participatievoorziening beëindigen
indien:
de jongere niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
de jongere die deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij
geen gebruik (meer) wordt gemaakt van de participatievoorziening;
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan
het bevorderen van economische en/of sociale redzaamheid.