Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 8

Vakantieverlof

Onderdeel van Regeling arbeidsduur, werktijden en verlof

1. Het basis vakantieverlof is conform het gestelde in artikel 6:2 van de CAR/UWO. 2. Het in het vorige lid vermelde verlof wordt in het kader van het leeftijdsfasebewust personeelsbeleid voor een medewerker met een volledige betrekking vermeerderd met:a. 21,6 uren, indien de medewerker de leeftijd van 19 jaar nog niet heeft bereikt;b. 14,4 uren, indien de medewerker de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt;c. 7,2 uren, indien de medewerker de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt;d. 7,2 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 30 jaar wordt bereikt;e. 14,4 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 35 jaar of een diensttijd van 15 jaar wordt bereikt;f. 21,6 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 40 jaar wordt bereikt;g. 28,8 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 45 jaar of een diensttijd van 25 jaar wordt bereikt;h. 36 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 50 jaar wordt bereikt;i. 43,2 uren, met ingang van het kalenderjaar waarin de leeftijd van 55 jaar of een diensttijd van 35 jaar wordt bereikt; 3. Het in het vorige lid bedoelde verlof voor personen beneden de leeftijd van 21 jaar wordt bepaald naar de leeftijd op 1 januari van het betreffende jaar. Bij indiensttreding in de loop van het kalenderjaar geldt voor dat jaar de leeftijd op de datum van de indiensttreding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel