**1.** Bij de medewerker aan wie een toelage is toegekend, zoals bedoeld in artikelen 18, 19, 22, 24 en 25, en deze toelage wordt buiten zijn toedoen blijvend verminderd of beëindigd, wordt een afbouwtoelage toegekend, indien:a. die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, en b. de medewerker de toelage gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**2.** De afbouwtoelage bedraagt gedurende drie delen van ieder een jaar respectievelijk 75%, 50% en 25% van de toelage die de medewerker gemiddeld per maand heeft genoten in de hieraan voorafgaande twaalf maanden.
**3.** Aan een medewerker van 55 jaar of ouder wordt een vaste toelage toegekend indien de toelage zoals bedoeld in lid 1, buiten zijn toedoen om wordt beëindigd of een blijvende vermindering ondergaat. Onder voorwaarde dat de medewerker de toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van bedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**4.** Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt met een wezenlijke onderbreking bedoeld een onderbreking van langer dan twee maanden.