Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Toepassing salarisbedragen

Onderdeel van Beloningsregeling

1. De toepassing van bijlage IIa van de CAR/UWO vindt plaats conform hetgeen is bepaald in artikel 3:1, derde t/m vijfde lid, van de CAR/UWO. 2. Met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversie, wordt de voor de medewerker geldende salarisschaal bepaald, tenzij de wijze van functioneren zich daartegen verzet. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode. 4. Indien de medewerker bij aanstelling nog niet (volledig) beschikt over de voor de functie vereiste opleiding, competenties en/of ervaring kan de medewerker worden geplaatst in een lagere schaal dan de in het tweede lid genoemde. 5. Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan wel bij wijze van disciplinaire straf, zoals bedoeld in de CAR/UWO, kan zonder voorafgaand ontslag voor een medewerker geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel