Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Verzuimboeten toeristen- en watertoeristenbelasting

Onderdeel van Besluit Bestuurlijke Boeten gemeentelijke belastingen 2010

1.. Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor de belasting als bedoeld in artikel 2 van de "Verordening toeristenbelasting" en de “Verordening watertoeristenbelasting”, wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim. 2.. Van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende over de voorafgaande vijf belastingjaren éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest. 3.. De inspecteur legt in geval van een eerste verzuim een boete op van 5 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 11,--. In geval van een tweede verzuim legt de inspecteur een boete op van 10 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 22,--. De inspecteur legt een boete van 15 procent op van het bedrag van de aanslag indien sprake is van een derde/volgend verzuim. De verzuimboete is in dit geval niet lager dan € 45,-- en niet hoger dan € 4.920,--.

Rechtspraak bij dit artikel