**1..** Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor de belasting als bedoeld in artikel 2 van de "Verordening toeristenbelasting" en de “Verordening watertoeristenbelasting”, wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim.
**2..** Van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende over de voorafgaande vijf belastingjaren éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
**3..** De inspecteur legt in geval van een eerste verzuim een boete op van 5 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 11,--. In geval van een tweede verzuim legt de inspecteur een boete op van 10 procent van het bedrag van de aanslag met een minimum van € 22,--. De inspecteur legt een boete van 15 procent op van het bedrag van de aanslag indien sprake is van een derde/volgend verzuim. De verzuimboete is in dit geval niet lager dan € 45,-- en niet hoger dan € 4.920,--.
Artikel 7
Verzuimboeten toeristen- en watertoeristenbelasting
Onderdeel van Besluit Bestuurlijke Boeten gemeentelijke belastingen 2010