In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Amsterdam;
raad: de raad van de gemeente Amsterdam;
wet: de Wet inburgering;
inburgeringsplichtige: de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de wet;
vrijwillige inburgeraar: de inburgeraar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder r, van de wet;
inburgeraar: de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar;
oudkomer: de inburgeringsplichtige oudkomer, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de wet;
nieuwkomer: de inburgeringsplichtige, die geen oudkomer is;
geestelijke bedienaar: de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, van de wet;
trajectbegeleider: de functionaris, die de inburgeraar namens het college begeleidt ten behoeve van zijn inburgering;
inburgeringsvoorziening: de inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 19, derde lid, eerste volzin, van de wet;
taalkennisvoorziening: de taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 19, derde lid, tweede volzin, van de wet;
inburgeringstermijn: de termijn, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet;
uitkeringsgerechtigde: degene die algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van een sociale verzekeringswet of sociale verzekeringsregeling als bedoeld in artikel 4.23 van het Besluit inburgering;
uitkering: algemene bijstand als bedoeld in artikel 5, onder b, van de Wet werk en bijstand of een uitkering op grond van een sociale verzekeringswet of sociale verzekeringsregeling als bedoeld in artikel 4.23 van het Besluit inburgering;
norminkomen: het norminkomen, bedoeld in artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag;
persoonlijk inburgeringsbudget: het inburgeringsbudget, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder t, van de wet;
inburgeringsbedrijf: een natuurlijk persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de wet.