Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.2a

Voorbereiding en vaststelling van voorzieningen vrijwillige inburgeraar

Onderdeel van Verordening inburgering Amsterdam 2010

1.. Het college legt de vrijwillige inburgeraar uitsluitend een aanbod voor een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening voor, indien het college van oordeel is dat de vrijwillige inburgeraar die voorziening nodig heeft om in verband met zijn langdurig verblijf adequaat in de Nederlandse samenleving te participeren. 2.. Voordat het college de vrijwillige inburgeraar een aanbod doet, stelt hij diens identiteit vast aan de hand van zijn identiteitsbewijs en het verblijfsdocument waaraan de vrijwillige inburgeraar zijn rechtmatig verblijf in Nederland ontleent.; 3.. Het aanbod komt tot stand op basis van een toets, die de vrijwillige inburgeraar aflegt bij een door het college aangewezen deskundige, en bevat een omschrijving van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening en daaraan te verbinden rechten en plichten. 4.. Indien de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening wordt gecombineerd met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, wordt de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening opgenomen in de voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 5.. Het college zendt het aanbod in ieder geval naar het adres waar de vrijwillige inburgeraar in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven. Gelijktijdig met het aanbod zendt het college de vrijwillige inburgeraar een inburgeringsovereenkomst in tweevoud toe. 6.. De vrijwillige inburgeraar deelt het college binnen twee weken na de verzending van het aanbod, bedoeld in het vierde lid, mondeling of schriftelijk mede of hij het aanbod aanvaardt. Indien hij het aanbod aanvaardt, zendt hij een exemplaar van de door hem getekende inburgeringsovereenkomst per omgaande aan het college retour.

Rechtspraak bij dit artikel