Lid 1
Het recht op bezoldiging vangt aan op de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op bezoldiging aan op de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.
Lid 2
De bezoldiging wordt per maand uitbetaald.
Lid 3
Het recht op de bezoldiging eindigt op de dag van ontslag uit de functie of op de dag na de dag van het overlijden van de ambtenaar.
Hoofdstuk
Artikel 2
Ingang, uitbetaling en einde bezoldiging
Onderdeel van Bezoldigingsverordening 1998