Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Bezoldigingsverordening 1998

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: ambtenaar: de ambtenaar zoals bedoeld in artikel 1:1, lid 1, onder a van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR); de werknemer zoals bedoeld in artikel 2:5 van de CAR, respectievelijk artikel 2:5:1 van de Noordenveldse Uitwerkingsovereenkomst (NUWO); salaris: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling, tenzij toepassing is gegeven aan artikel 4a:3 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling, in welk geval het salaris gelijk is aan het verlaagde bedrag; salaris per uur:het 1/156ste deel van het salaris bij een gemiddeld 36-urige werkweek; salarisschaal: de voor een betrekking of een aantal betrekkingen tezamen ter bepaling van het salaris geldende opklimmende reeks van bedragen, daaronder mede begrepen de bedragen welke gelden ter verhoging van het salaris als gevolg van de diensttijduitloop; salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal of een letter en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld; maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal behorend bij een salarisnummer dat kan worden bereikt door jaarlijkse salarisverhogingen; bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen- niet zijn de onkostenvergoedingen als omschreven in deze bezoldigingsverordening alsmede het bedrag van de persoonlijke toelage en de waarnemingstoelage. functie:het samenstel der werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten. aanloopschaal: de salarisschaal direct voorafgaand aan de functieschaal. uitloopschaal: de salarisschaal direct volgend op de voor de betrekking geldende salarisschaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel