Wanneer voor de ambtenaar als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder a van de CAR/NUWO, een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumbedrag, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten zulks onverminderd het bepaalde in artikel 8.
Onverminderd het bepaalde in artikel 7 wordt het salaris als bedoeld in lid 1, in de nieuwe salarisschaal verhoogd tot een bedrag in die schaal, zodat het salaris in de nieuwe schaal te allen tijde uitgaat boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten.
Aan de ambtenaar als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder b van de CAR/NUWO, die wordt bevorderd naar een hogere schaal, wordt het salaris vastgesteld op het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal. In het geval dat het salarisverschil tussen dit naasthogere bedrag en het oude salaris minder bedraagt dan 75% van het salarisverschil tussen het bedrag dat de ambtenaar aan salaris zou hebben ontvangen indien hij niet zou zijn overgegaan naar een nieuwe schaal, maar in zijn oude schaal een periodieke verhoging zou hebben gekregen en het bedrag van zijn oude salaris wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald op het bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag.