Bij onvoldoende bekwaamheid, geschiktheid en ijver van de ambtenaar kan het college op grond van de resultaten van een beoordelingsgesprek bepalen dat ten aanzien van hem salarisverhogingen, als bedoeld in artikel 6, achterwege worden gelaten.
Het college kan nadien bepalen dat de salarisverhogingen, welke met toepassing van het eerste lid achterwege zijn gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog worden toegekend.
Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk doch in ieder geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.