Lid 1
Iedere medewerker kan in beginsel aanspraak maken op de keuzemogelijkheden zoals die in het kader van deze regeling worden aangeboden.
Lid 2
Deelname van de medewerker aan de keuzemogelijkheden zoals die in het kader van deze regeling worden aangeboden, geschiedt op basis van vrijwilligheid.
Lid 3
Een medewerker bepaalt zelfstandig, onder eigen verantwoordelijkheid en binnen de kaders van deze regeling zijn individuele voorkeur, indien hij wil deelnemen aan de keuzemogelijkheden zoals die in deze regeling worden aangeboden.