Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Regeling cafetariamodel gemeente Noordenveld

FietsOm voor deze vergoeding in aanmerking te komen moet een medewerker de fiets méér dan de helft van zijn werkdagen gebruiken voor het woon-werkverkeer. Je hoeft hierbij niet de hele afstand tussen huis en werk met de fiets af te leggen. Je mag, bij gebruik van openbaar vervoer, van en naar het station fietsen. (“Fietsregeling gemeente Noordenveld”). Storting in levensloop Alle genoemde bronnen in artikel 4 kunnen worden gebruikt met al eerder genoemde voorwaarden (hoofdstuk 6a van de CAR-UWO). Reiskosten woon-werkverkeer (nieuw) In het kader van het cafetariamodel kan een medewerker voor de reiskosten woon-werkverkeer (auto / fiets / openbaar vervoer / te voet) zijn eindejaarsuitkering, levensloopbijdrage en (eventueel) vakantietoelage (zie artikel 5 lid 2 van de regeling) inzetten. Berekening hoogte reiskosten woon-werkverkeer Voor de berekening van de hoogte van de tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer mag de werkgever een vaste vergoeding geven voor reiskosten woon-werkverkeer op basis van 206 werkdagen per jaar verstrekken bij een vijfdaagse werkweek. Is een medewerker gedurende het jaar langer dan 30 dagen ziek geweest? Dan dient het totaal aan ziektedagen in mindering gebracht te worden op de 206 werkdagen. Dit geldt eveneeens voor een medewerker, die 5 dagen in de week werkt. Werk je op minder dagen dan worden werk- en ziektedagen naar verhouding verminderd. De Belastingdienst gaat er wel vanuit dat de medewerker ook daadwerkelijk op minimaal 70% van zijn werkdagen naar zijn werk heeft gereisd. De hoogte van de vergoeding bereken je als volgt: de afstand naar je werk en terug vermenigvuldigen met € 0,19 per km en tot slot vermenigvuldigen met 206 dagen als je 5 dagen werkt. De overigen weer naar verhouding. De afstand wordt bepaald aan de hand van www.routenet.nl, waarbij je de optie “kortste route” moet gebruiken. Medewerkers die een tegemoetkoming in de reiskosten woon-werkverkeer ontvangen, moeten deze vergoeding in mindering brengen op de uitkomst van de berekening. Bijvoorbeeld: Een medewerker woont 30 km van zijn werk en werkt 5 dagen per week. De maximale tegemoetkoming waarvoor hij bronnen in kan zetten, bedraagt dan: 30 * 2(heen en terug) * € 0,19 per km = € 11,40 per dag * 206 dagen per jaar = € 2.348,40. Voor een parttimer die 3 dagen per week werkt, ziet de maximale tegemoetkoming er als volgt uit: 30 * 2 (heen en terug) * 0,19 per km = € 11,40 * 124 dagen per jaar (3/5 * 206 dagen) = € 1.413,60 Of de medewerker deze bedragen ook daadwerkelijk kan omruilen, zal afhangen of er voldoende bronnen beschikbaar zijn om ingezet te kunnen worden voor woon-werkverkeer. Vergoeding vakbondscontributie In het kader van het cafetariamodel kan een medewerker een deel van zijn eindejaarsuitkering of de levensloopbijdrage inzetten voor de vergoeding vakbondscontributie. Een verklaring van de vakbond moet wel bij de aanvraag ingeleverd worden of betalingsbewijzen van de maandelijkse contributie. Kopen van vakantie-uren tegen salaris Bij het kopen van vakantie-uren wordt het uurloon van januari van het lopende jaar gehanteerd. Dus kopen van verlofuren voor het jaar 2009 tegen het uurloon van januari 2009. Maximaal aantal te kopen vakantie-uren is 2x je aanstellingsomvang. Salaris Bij het inzetten van salaris voor vakantie-uren wordt het uurloon van januari van het lopende jaar gehanteerd. Dus kopen van verlofuren voor het jaar 2009 tegen het uurloon van januari 2009. De inzet wordt gezien als negatief loon, waarover je loonheffing en pseudo ww-premie terugbetaald krijgt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel