Lid 1
De in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte kosten voor maaltijden en logies en voor kleine uitgaven overdag en 's avonds worden vergoed volgens de door de minister van Binnenlandse Zaken jaarlijks vastgestelde bedragen.
Lid 2
Geen aanspraak op vergoeding wegens verblijfkosten bestaat voor een dienstreis korter dan vier uur en voor een dienstreis binnen de gemeente.
Lid 3
Aan de betrokkene die tijdens de dienstreis overnachting van overheidswege ontvangt en daarvoor betaling verschuldigd is, wordt een vergoeding verleend volgens de door de minister van Binnenlandse Zaken jaarlijks vastgestelde bedragen.
Lid 4
Geen aanspraak op vergoeding van maaltijden bestaat indien tijdens een dienstreis de gelegenheid bestaat al dan niet tegen betaling maaltijden van overheidswege te ontvangen, tenzij betrokkene aannemelijk maakt dat hij daarvan geen gebruik heeft kunnen maken.
Lid 5
Indien veelvuldig dienstreizen moeten worden gemaakt, kan het college een lagere vergoeding wegens verblijfkosten vaststellen dan de vergoeding die wordt vastgesteld volgens de in het eerste lid te stellen regels.
Lid 6
In dit artikel wordt onder overnachting van overheidswege en maaltijden van overheidswege verstaan: overnachting en maaltijden verstrekt vanwege of voor rekening van het Rijk, een ander Nederlands publiekrechtelijk lichaam of semi-publiekrechtelijk lichaam, een door het Rijk gesubsidieerde instelling, dan wel vanwege of voor rekening van een buitenlandse mogendheid of een internationale organisatie.