Het college kan, indien zij op basis van de onder artikel 3 genoemde toetsing constateert dat de financiële belangen zich niet goed verdragen met de ambtelijke functie:
een verbod opleggen op grond van artikel 15:1f, lid 4;
nadere afspraken met de ambtenaar maken waardoor de mogelijkheid tot belangenverstrengeling of anderszins zich niet meer voordoet.