Het bevoegd gezag stelt de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan binnen 10 weken na ontvangst van de melding schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand.
Indien niet binnen tien weken een standpunt kan worden gegeven worden de melder, of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan voordat deze termijn is verstreken daarvan door middel van een kennisgeving schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Het bevoegd gezag kan het advies met ten hoogste vier weken verdagen.
Hoofdstuk
Artikel 10
Standpunt en kennisgeving door het bevoegd gezag
Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand