De deelnemer zal over het spaarloon mogen beschikken zodra:
het spaarloon gedurende vier volle kalenderjaren onafgebroken en onbezwaard, gerekend vanaf het tijdstip van storting, op de spaarloonrekening heeft uitgestaan;
het spaarloon wordt besteed ten behoeve van een in artikel 8 genoemd bestedingsdoeleind.