Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Verordening afstemming van bijstand 2009

Het college ziet af van het afstemmen van de bijstand indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Het college kan volstaan met een schriftelijke waarschuwing indien: de gedraging meer dan één jaar vóór constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand is verleend. De afstemming van de bijstand wegens schending van de informatieplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaar nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden; het een eerste verwijtbare gedraging betreft die niet heeft geleid tot het ten onrechte verlenen van of tot een te hoog bedrag aan bijstand. Dit lid is niet van toepassing op artikel 5, eerste lid onder b. Het college kan afzien van het uitvoeren van de afstemming van bijstand indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Omstandigheden die rechtstreeks het gevolg zijn van een als verwijtbaat aan te merken gedraging, zijn geen dringende redenen. Indien het college afziet van het afstemmen van de bijstand op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel