Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Percentage van de verlaging

Onderdeel van Verordening afstemming van bijstand 2009

lid 1 Aan de categorieën is een bepaald wegingpercentage gekoppeld al naar gelang de zwaarte van de gedraging. Dit percentage dient als uitgangspunt bij de uiteindelijke vaststelling van de verlaging, waarbij altijd de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden moeten worden meegewogen. Het laatste wordt nader uitgewerkt in de toelichting bij het tweede lid. lid 2 Met deze bepaling is beoogd de mogelijkheid te creëren de afstemming van de bijstand zoveel mogelijk toe te snijden op het concrete geval, dus maatwerk leveren. Bij de feitelijke vaststelling van de afstemming van de bijstand moet het college vanzelfsprekend rekening houden met de individuele situatie van de belanghebbende, maar daarnaast ook met de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid. Zo kan een gedraging naar de zwaarte ervan aanleiding zijn voor een bepaald verlagingspercentage, maar als de belanghebbende blijk heeft gegeven van verder verwijtbaar gedrag af te zien zou het onevenredig hard kunnen zijn om het volle percentage toe te passen. Ook hebben de categorieën een zekere “bandbreedte”. Niet elke gedraging binnen dezelfde categorie is even ernstig of heeft even grote gevolgen. Ook dit aspect zal in de afweging moeten worden betrokken. In het bijzonder zal daarbij moeten worden overwogen of de belanghebbende de gevolgen van zijn gedrag redelijkerwijs had kunnen voorzien. Vooral bij agressie is er sprake van een breed scala aan feitelijke gedragingen, van relatief “onschuldig” (beledigen of schelden) tot zeer ernstig (fysiek geweld). Deze gedragingen zijn in een concrete situatie ook niet altijd even gemakkelijk van elkaar te onderscheiden en lopen, in geval van escalatie, min of meer in elkaar over. Bij dit type verwijtbaar gedrag zullen de ernst en de gevolgen (bijvoorbeeld geestelijk of lichamelijk letsel) in de overweging of het maximale verlagingspercentage moeten worden opgelegd, moeten meewegen. Daarbij is ook van belang of de belanghebbende zich voor de eerste maal schuldig maakt aan dergelijk gedrag of dat hiervoor al eerder de bijstand is afgestemd (en dus op de hoogte kon zijn van de mogelijke consequenties) en welke persoonlijke omstandigheden meespelen. Voorop staat echter dat het in beginsel mogelijk moet zijn om bij ernstig wangedrag de zwaarste afstemming van bijstand toe te passen en dat vooral agressie niet getolereerd wordt. Zoals al is aangegeven in de toelichting op artikel 3, vierde lid onder d, dienen de omschrijvingen in het gemeentelijke veiligheidsprotocol als uitgangspunt voor de vaststelling van het feitelijke percentage. In het algemeen geldt dat een eerste verwijtbare gedraging met betrekkelijk geringe gevolgen voor de inschakeling in de arbeid of voor (de hoogte van) het recht op bijstand, afhankelijk van de ernst en verwijtbaarheid, soms kan leiden tot de vaststelling van een lager percentage, terwijl echter een gedraging met relatief ernstige gevolgen een hoger percentage tot gevolg kan hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel