Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Ontstaan van de belastingschuld

Onderdeel van Parkeerbelastingverordening 2009

In artikel 4 is geregeld op welk tijdstip de belastingschuld ontstaat. Voor de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, is geregeld dat deze is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren (eerste lid). De belasting genoemd in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip dat de vergunning wordt aangevraagd (tweede lid). Naar wij menen kan voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een parkeervergunning een afzonderlijk bedrag aan leges worden gevraagd. Het gevorderde bedrag heeft betrekking op de kosten van afgifte van de vergunning. De belasting als bedoeld in artikel 225 van de Gemeentewet heeft betrekking op de parkeerbelasting die voor een verleende vergunning mag worden gevorderd. Dit kan afwijken van de omschrijving van het belastbaar feit zoals die voorkomt in de verordening leges. In de legesverordening is omschreven dat de belastingschuld ontstaat bij het indienen van de aanvraag. Het belastbare feit is daar ook omschreven als het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel