Het college kan bij beleidsregels invulling geven aan de
fraudepreventie. Deze beleidsregels kunnen in ieder geval betrekking
hebben op:
de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de
rechten en plichten die aan het ontvangen van bijstand dan wel
een inkomensvoorziening, alsmede aan ondersteuning bij
arbeidsinschakeling dan wel een werkleeraanbod zijn
verbonden;
de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik;
de wijze van controle bij de vaststelling van het (verdere)
recht;
de handelwijze bij inconsequenties bij de vaststelling van het
(verdere) recht;
het gebruik van risicoprofielen bij de beoordeling van het
(verdere) recht.