**1..** Het college weigert de uitkering blijvend of tijdelijk, conform de regels gesteld in deze verordening, naar de mate waarin de belanghebbende uit of in verband met arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven, indien sprake is van een situatie genoemd in artikel 20, eerste lid, van de IOAW dan wel artikel 20, tweede lid van de IOAZ.
**2..** Het college verlaagt de uitkering in de gevallen genoemd in het tweede lid van artikel 20, IOAW dan wel artikel 20, eerste lid van de IOAZ overeenkomstig de regels gesteld in deze verordening.
**3..** De hoogte en duur van de op te leggen weigering of verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Het weigeren of verlagen van de uitkering; afstemming
Onderdeel van Afstemmings -handhavingsverordening IOAW en IOAZ 2011