**1..** De weigering of verlaging van de uitkering wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de weigering of verlaging van de uitkering aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Indien over deze periode reeds een weigering of verlaging van de uitkering is toegepast, wordt de weigering of verlaging aansluitend op deze periode opgelegd. In alle gevallen wordt uitgegaan van de grondslag die geldt over de periode waarover de weigering of verlaging wordt opgelegd.
**2..** In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging opgelegd met ingang van de ingangsdatum van de uitkering indien het besluit tot verlaging samenvalt met het besluit tot toekenning van de uitkering.
**3..** In afwijking van het eerste lid wordt de weigering opgelegd met ingang van de datum waarop de uitkering zou zijn ingegaan, indien het besluit tot weigering samenvalt met het besluit tot toekenning van de uitkering.
**4..** Indien de verlaging van de uitkering als bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is, wordt in afwijking hiervan de verlaging met terugwerkende kracht opgelegd indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering en wegens beëindiging van de uitkering het opleggen van een verlaging als bedoeld in het eerste lid niet (geheel) mogelijk is. Bij de herziening van het recht op een uitkering op grond van artikel 17, derde lid van de IOAW of artikel 17, derde lid van de IOAZ zal in deze situatie rekening worden gehouden met de met terugwerkende kracht op te leggen verlaging, alsmede met de terugvordering van de daardoor teveel of ten onrechte verstrekte uitkering. De herziening kan niet worden toegepast over een ander tijdvak dan waarop de verwijtbare gedraging betrekking heeft.
**5..** Indien een opgelegde verlaging van de uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 13 van de IOAW en artikel 13 van de IOAZ wegens voortijdige beëindiging van de uitkering en (volledige) herziening van de uitkering naar het verleden toe, niet of niet volledig kan worden geëffectueerd, wordt deze alsnog in de toekomst ten uitvoer gebracht indien belanghebbende binnen één jaar na bekendmaking van de beslissing tot oplegging van de verlaging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.
Hoofdstuk 1
Artikel 7
Ingangsdatum en tijdvlak
Onderdeel van Afstemmings -handhavingsverordening IOAW en IOAZ 2011