Indien een raadslid overlijdt, hebben
zijn nagelaten betrekkingen aanspraak op een uitkering ten bedrage
van driemaal de maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 2.
Nagelaten betrekkingen zijn degenen met wie het raadslid een
huishouden vormde, en, bij gebreke daarvan, zijn minderjarige
wettige, natuurlijke, stief- of pleegkinderen.
Hoofdstuk 2
Artikel 15
Voorziening overlijden
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010